Eén aandoening, één aanpak. Zo wordt PCOS meestal behandeld, en dat is meteen het probleem. Want polycysteus-ovariumsyndroom, voluit, is bij jouw buurvrouw misschien een grillige cyclus met acne. Bij haar collega juist vruchtbaarheidsproblemen zonder één puistje. Bij weer een ander vooral extra kilo’s en moeheid, terwijl de cyclus verder wonderwel normaal blijft. Ga op zoek naar hoe PCOS en hormonale disbalans elkaar precies raken en je stuit op die realiteit vrij snel: er is geen sluitend antwoord. Geen wondermiddel dat voor iedereen werkt. En eerlijk gezegd is dat ook precies waarom epigenetische en orthomoleculaire geneeskunde hier zoveel waarde toevoegen. Beide kijken naar wat er bij jou specifiek gebeurt, niet naar een gemiddelde.
Geen twee PCOS-vrouwen zijn hetzelfde
De diagnose PCOS steunt op de Rotterdam-criteria uit 2003, de internationale standaard. Voor de diagnose moet je namelijk aan minstens twee van de drie kenmerken voldoen: een onregelmatige of uitblijvende eisprong, verhoogde mannelijke hormonen of de zichtbare tekenen daarvan zoals overbeharing en acne, en polycysteuze ovaria op een echo. Andere oorzaken van deze klachten worden daarbij altijd uitgesloten.
Omdat twee van de drie kenmerken al voldoende zijn, ontstaan er in de praktijk vier verschillende combinaties. Dit worden ook wel fenotypes genoemd. Bij het ene fenotype zijn alle drie de kenmerken aanwezig. Bij een ander ontbreken juist de polycysteuze ovaria, of is er geen sprake van verhoogde mannelijke hormonen. Zo kan de ene vrouw met PCOS een normaal gewicht hebben zonder meetbare insulineresistentie, terwijl dat bij de volgende juist de kern van het probleem is, met merkbare gevolgen voor stofwisseling en energie.
Twee vrouwen met exact dezelfde diagnose kunnen dus compleet andere onderliggende mechanismen hebben. Dat is eerder regel dan uitzondering. Het verklaart meteen waarom een standaardprotocol bij PCOS zo vaak tekortschiet.
De motor achter PCOS klachten: insulineresistentie, maar niet altijd
Bij veel vrouwen met PCOS zit insulineresistentie aan het stuur. De alvleesklier draait overuren om de bloedsuiker stabiel te houden. Al die extra insuline zet op zijn beurt de eierstokken aan tot meer androgeenproductie, mannelijke hormonen dus. Tegelijkertijd daalt het SHBG-gehalte, het eiwit dat hormonen normaal bindt en inactief houdt. Minder SHBG, meer vrij en actief androgeen in het bloed. Vandaar de acne. Vandaar de overbeharing. Vandaar die cyclus die maar niet regelmatig wil worden.
Maar, en dit wordt vaak vergeten: niet elke vrouw met PCOS heeft last van insulineresistentie. Bij lean-PCOS speelt het nauwelijks een rol. Daar zit het probleem eerder in een verstoorde communicatie tussen hersenen en eierstokken, of in eierstokken die overgevoelig reageren op LH (luteïniserend hormoon). Twee heel verschillende mechanismen, twee heel verschillende vertrekpunten voor behandeling. Zonder bloedonderzoek vooraf weet je simpelweg niet welk mechanisme bij jou speelt, en is elk supplementenschema in feite gokken.
Wat epigenetica hieraan toevoegt
Hier wordt het interessant. Genetische aanleg voor PCOS komt namelijk veel vaker voor dan de aandoening zich daadwerkelijk uit. Waarom dan bij de één wel en bij de ander niet? Dat is precies de vraag waar epigenetische geneeskunde zich mee bezighoudt: welke genen actief worden, ligt niet alleen vast in je DNA. Signalen uit je omgeving, voeding, stress, slaap, blootstelling aan bepaalde stoffen, spelen mee in hoe genen voor insulinegevoeligheid en hormoonregulatie zich gedragen.
Neem bijvoorbeeld het verband tussen verhoogde androgeenspiegels vóór de geboorte en een grotere kans op PCOS-kenmerken later in het leven, iets wat onderzoek laat zien. Betekent dat dan dat de aandoening al vaststaat bij de geboorte? Nee. Het betekent wel dat leefstijlfactoren op volwassen leeftijd meebepalen hoe sterk klachten zich uiten. Binnen epigenetische geneeskunde brengen we in kaart welke factoren bij jou die expressie beïnvloeden, en waar bijsturen het meeste oplevert. Geen kwestie van “eet gezonder en het lost zich vanzelf op”. Eerder een langdurig proces van bijstellen, op basis van wat je lichaam laat zien.
Orthomoleculaire ondersteuning: gericht, niet generiek
Zoek online naar PCOS en supplementen, en je vindt tientallen kant-en-klare stapels: inositol, vitamine D, omega-3, zink, allemaal in één pot. Orthomoleculaire geneeskunde werkt principieel anders. Het startpunt is bloedonderzoek, niet een vaste lijst.
Bij PCOS wordt vaak gekeken naar de verhouding tussen myo-inositol en D-chiro-inositol, twee stoffen die betrokken zijn bij insulinesignalering en die bij PCOS soms uit balans zijn. Ook vitamine D-status, magnesium en ontstekingsmarkers komen regelmatig terug in het beeld. Maar welke van deze factoren bij jou daadwerkelijk afwijken, en in welke mate, verschilt van vrouw tot vrouw. Een plan dat is opgebouwd op basis van jouw waarden werkt anders dan een generiek stapeltje capsules, en dat is precies het onderscheid dat orthomoleculaire geneeskunde hier biedt.
Kun je dit combineren met reguliere medicatie?
Ja, dat kan. Veel vrouwen met PCOS gebruiken al hormonale anticonceptie of medicatie gericht op insulineresistentie, voorgeschreven door de huisarts of gynaecoloog. Orthomoleculaire ondersteuning is daar geen vervanging voor, maar kan ernaast worden ingezet. In de praktijk betekent dit dat we altijd in kaart brengen welke medicatie je al gebruikt, zodat supplementadvies daarop wordt afgestemd en er geen ongewenste interacties ontstaan. Overleg met je behandelend arts blijft daarbij het uitgangspunt: reguliere en complementaire zorg vullen elkaar aan, ze staan niet tegenover elkaar.
Waarom er geen pasklare oplossing bestaat
Het zou fijn zijn om te kunnen zeggen: volg dit stappenplan en je klachten verdwijnen. Zo werkt het bij PCOS niet. De aandoening is chronisch van aard en de klachten kunnen fluctueren, ook onder behandeling. Wat orthomoleculaire en epigenetische begeleiding wél kunnen bieden, is een beter begrip van welke mechanismen bij jou een rol spelen, en een plan dat daarop is afgestemd in plaats van op een gemiddelde.
Bij een deel van de vrouwen met PCOS speelt gewicht een rol in hoe klachten zich uiten, met name wanneer insulineresistentie op de voorgrond staat. Voor wie merkt dat gewichtsverlies bij PCOS extra hardnekkig blijkt, ondanks aanpassingen in voeding en beweging, kan een bredere aanpak zoals beschreven op onze pagina over obesitas en afvallen een logische vervolgstap zijn.
Hoe ziet een traject voor PCOS bij Feel Good Care eruit?
Een traject begint met een uitgebreide intake en gericht bloedonderzoek, waarin we in kaart brengen welk PCOS-mechanisme bij jou overheerst en welke voedingsstoffen mogelijk uit balans zijn. Epigenetische en orthomoleculaire inzichten worden vervolgens samengebracht in één plan, afgestemd op eventuele medicatie die je al gebruikt. Meer over onze aanpak bij hormonale klachten in het algemeen lees je op onze pagina over hormonale therapie.
Herken je jezelf in een deel van dit verhaal en wil je weten welk mechanisme bij jou een rol speelt? Plan een gratis 15-minuten informatiegesprek en bespreek je situatie vrijblijvend met ons team.