Afvallen
is allang geen kwestie meer van “minder eten, meer bewegen” alleen.
Nieuwe medicatie, intensieve leefstijlbegeleiding en scherp toezicht op
voeding en tekorten maken het verschil tussen tijdelijk gewichtsverlies
en duurzaam resultaat. Onder medisch toezicht is er ruimte om doelen te
personaliseren, bijwerkingen snel op te vangen en naast de weegschaal
óók lichaamssamenstelling, bloedwaarden en functioneren mee te wegen.
GLP-1 versus GIP: wat doen deze hormonen?
Het
lichaam gebruikt incretinehormonen om na een maaltijd de stofwisseling
te sturen. GLP-1 (glucagon-like peptide-1) vertraagt de maaglediging,
remt eetlust en stimuleert insulineafgifte wanneer de bloedsuiker
stijgt. GIP (glucose-dependent insulinotropic polypeptide) is eveneens
een incretine; het werkt via een andere receptor en beïnvloedt onder
meer insuline- en vetstofwisseling. Nieuwe middelen combineren beide
sporen (zogeheten duale agonisten) en laten in studies vaak méér
gewichtsverlies zien dan GLP-1-monotherapie.
Plus- en minpunten in één oogopslag
GLP-1-agonisten (bijv. semaglutide, liraglutide)
Voordelen:
aantoonbaar gewichtsverlies, minder eetlust, gunstig effect op glucose
en cardiovasculaire risicofactoren bij een deel van de patiënten.
Nadelen/ aandachtspunten: vaak voorbijgaande maag-darmklachten
(misselijkheid, vol gevoel), zeldzame maar relevante risico-signalen
(galstenen, pancreatitis), en bij staken treedt geregeld (gedeeltelijke)
gewichtsterugval op; goede nazorg is dus cruciaal.
GLP-1/ GIP-dual-agonisten (bijv. tirzepatide)
Voordelen:
gemiddeld groter gewichtsverlies en sterke metabole effecten; in
reviews worden ook cardiometabole baten beschreven. Nadelen/
aandachtspunten: bijwerkingenprofiel lijkt op dat van GLP-1-middelen
(met vergelijkbare GI-klachten), terwijl langetermijnveiligheid en
optimale inzet in verschillende patiëntgroepen nog in onderzoek zijn.
Spieren, vet en ‘kwaliteit’ van de spier
Over
een belangrijk punt bestaat soms ruis: wat gebeurt er met spiermassa?
Systematische overzichten laten zien dat het effect van GLP-1-gebaseerde
therapie op vetvrije massa varieert tussen studies (van bescheiden tot
duidelijk verlies als deel van het totale gewichtsverlies). Dat vraagt
om meten en begeleiden, niet om gokken.
In
Nederlandse praktijkervaring vanuit het Erasmus MC wordt benadrukt dat
bij sommige patiënten zowel vet- als spiermassa daalt, terwijl de
insulinegevoeligheid tóch verbetert—mogelijk door betere spierkwaliteit
(minder vet tussen en in de spieren). Dat onderstreept het belang van
krachttraining en gerichte voeding tijdens medicamenteus afvallen.
Waarom medisch toezicht loont
Onder toezicht wordt niet alleen gewicht gevolgd, maar ook:
Lichaamssamenstelling (DXA/ BIA), middelomtrek en functionele tests (bijv. handknijpkracht).
Bloedwaarden (glucose, lipiden), micronutriënten (o.a. ijzerstatus, zink/koper-balans) en signalen van intolerantie of bijwerkingen.
Leefstijl
(eiwitinname, krachttraining, slaap, alcohol, stress)—want die bepalen
of kilo’s uit vetmassa komen en of het resultaat standhoudt.
Zorgprofessionals
(arts, diëtist, fysiotherapeut/coach) stemmen medicatie, voeding en
training op elkaar af en passen het plan snel aan bij klachten of
stagneer. Nederlandse beroepsgroepen benadrukken daarbij expliciet de
rol van de diëtist bij obesitasmedicatie.
Eiwitten, aminozuren en micronutriënten: zinvol én meetbaar
Voor
behoud van spiermassa is voldoende eiwit (en leucine-rijke aminozuren)
essentieel, in combinatie met progressieve krachttraining. Literatuur
rondom (snel) gewichtsverlies en bariatrische zorg adviseert doorgaans
≥60 g/dag eiwit (vaak meer, afhankelijk van lichaamsgewicht en
trainingsdoel) om vetvrije massa te sparen en verzadiging te
ondersteunen.
Daarnaast is het verstandig om tekorten objectief te meten en gericht aan te vullen.
IJzer: let op ferritine en Hb; suppletie bij tekort volgens richtlijnen.
Zink: corrigeer deficiëntie, let op de zink-koper-balans (vuistregel: ~1 mg koper per 10 mg zink) en voorkom overdosering.
Aminozuren/eiwitsupplementen:
praktisch hulpmiddel om dagelijkse eiwitdoelen te halen wanneer eetlust
verminderd is door medicatie.
Kort advies uit de praktijk: combineer
incretinetherapie met 2–3 intensieve krachtrainsessies per week, plan
eiwit (20–40 g) verdeeld over de dag, monitor ijzer en zink en vul
alleen aan wat nodig is. Zo maximaliseer je vetverlies, minimaliseer je
spierverlies en vergroot je kans op blijvend succes.
Tot slot
Begeleid
afvallen is meer dan een recept of een dieet. Het is medische
precisiezorg: kiezen tussen GLP-1 of GLP-1/ GIP, bijwerkingen actief
managen, en ondertussen spieren trainen, eiwitten plannen en tekorten
slim voorkomen. Wie die puzzel integraal aanpakt, boekt niet alleen
betere cijfers op de weegschaal, maar vooral winst in gezondheid,
functioneren en kwaliteit van leven.